deutschenglishfrancaisnederlandsitalianoespanolrussischarabisch
Alpha Klinik Homepage
Schouder  Heupen  Overzicht   Philosofie   Succes is een waarborg voor vertrouwen   Guided Tour   Nieuws   Contact 
Diagnostiek
Meniscus
Artrose
Knieschijfproblemen
Kruisband
Knorpeltransplantat
Ziektegeschiedenissen
Boek
Prof. Dr. Toft
Dr. Rolf Krebs
Dr. Zimmerer
Dr. Salgo
Dr. Erhorn
Dr. Gramlich
Arthrose Hotline
Ski-Hotline
Heupartrose-HOTLINE
Schouder-Hotline
Advies en afspraken
Contact
Frequent gestelde vragen
Verzekeringen & recht
Alpha Links
Frequent gestelde vragen (FAQ)

Wanneer men een deel van de meniscus verwijdert, wrijven dan de botten niet op elkaar?

Eerst moet vastgesteld worden dat in het gewricht de botten sowieso niet op elkaar wrijven, maar dat de uiteinden van de botten met kraakbeen bedekt zijn. De ideale toestand is vanzelfsprekend dat beide menisci intact zijn. Wanneer echter een stuk afgescheurd is en wanneer er, omwille van de ligging van de scheur of wegens de leeftijd van de patiënt, geen mogelijkheid bestaat om de meniscus te repareren, bijvoorbeeld door een sutuur, dan moet het afgescheurde stuk verwijderd worden. Dit stuk heeft sowieso geen dragende functie meer en zou in het gewricht aanzienlijk meer schade veroorzaken dan nuttig zijn. Het kraakbeen en het bot worden aan de daardoor een beetje veranderde belastingen gewoon en sommige, ook internationale, statistieken hebben aangetoond dat het gevaar hierdoor artrose te krijgen minimaal is.

Helen meniscussturen ook nog bij oudere patiënten?

Eerst moet vastgesteld worden dat niet alle gescheurde menisci voor een sutuur resp. reparatie geschikt zijn. Hiervoor zijn alleen scheuren geschikt die zich in het buurt van het kapsel bevinden, dus in een zone die nog een goede doorbloeding vertoont. Indien de scheur zeer kort in de buurt van het kapsel ligt dan heelt hij ook nog bij een oudere patiënt. Wanneer de scheur echter enkele millimeters in richting van het centrum van het gewricht ligt dan zijn de uitzichten op heling zelfs bij jonge mensen onzeker. Bij oudere patiënten zou men in dergelijke geval aan een meniscussutuur verzaken.

Ik heb artrose in mijn knie. Andere artsen zeggen mij dat hiervoor geen oplossing is, dat ik ermee moet leren leven. Klopt dat?

De algemene mening zegt dat artrose een voortschrijdende slijtageziekte is, waarvoor er geen oorzakelijke therapie bestaat. Wanneer de patiënt oud genoeg is, voor mannen wordt hier het 65ste, voor vrouwen het 60ste levensjaar aangenomen, dan zou men met de inbouw van een endoprothese (kunstmatig kniegewricht) hulp kunnen bieden. Bij jongere patiënten kan de pijn echter alleen verzacht worden, de artrose kan niet gestopt worden. Gelukkig is deze mening echter niet correct! (bijkomende informatie: kniegewrichtartrose – daar kan men wel degelijk iets aan doen!). Er bestaat een reeks technieken die erop gericht zijn om de in de knie wegens artrose ontstane gaten opnieuw dicht te maken. Het opvullen van dergelijke gebreken gebeurt met een reserveweefsel van vezelkraakbeen, dat daar blijft, zoals dit ook het geval is met een tandvulling. Met dit weefsel wordt niet alleen het daaronder liggende bot, maar ook het rondom liggende en niet beschadigde kraakbeen tegen verdere beschadiging beschermd. Technieken om dergelijke reservekraakbeenweefsels te verkrijgen zijn het zogenaamde shaving, de microfracturatie en abrasie. Deze technieken hebben een gemeenschappelijke factor: het streven om de groei van een reserveweefsel van vezelkraakbeen te stimuleren. Het succes van dergelijke operaties hangt enerzijds van de kennis van de chirurg en anderzijds van de discipline van de patiënt af om de hem verstrekte instructies nauwgezet op te volgen. Bijgevolg is het helemaal niet nodig om in geval van artrose de moed op te geven. Men kan hier een zeer nuttige vernieuwing van de gewrichten bereiken en daarmee het tijdstip van een eventuele verzorging met een endoprothese vele jaren verschuiven.

Kom meer te weten over Dr. Toft's nieuw boek: "Knieartrose – Daar kan men wel degelijk iets aan doen".

Mijn arts zegt dat men kruisbandscheuren niet moet opereren, volgens hem heeft hij zijn eigen gescheurde kruisband niet laten opereren, en ondervindt hij geen last. Wat vindt u daarvan?

Bij een geringe lichaamsactiviteit en een beetje geluk zijn er wel degelijk patiënten die met gescheurde kruisbanden kunnen leven, en dit zonder ernstige gevolgen. Helaas is dit eerder een uitzondering. In de regel komt het steeds tot nieuwe scheuren met de fatale gevolgen voor menisci, kraakbeen en andere bandstructuren. (Bijkomende informatie: Gescheurde kruisband – moet men altijd opereren?). Door de op dit ogenblik beschikbare minimaalinvasieve technieken voor de operatie van de voorste kruisband heeft men in de leidinggevende kniecentra ter wereld, vooral in Amerika, de vroegere wait and see - houding opgegeven en is men ertoe overgegaan om het risico voor daaropvolgende letsels wegens de ontstane instabiliteit niet eens af te wachten en dergelijke gewrichten in een vroeg stadium te stabiliseren. Na ongeveer 3500 kruisbandoperaties, die hier in de Alpha-Klinik uitgevoerd werden, kunnen wij ons enkel bij deze opvatting aansluiten! De mening van uw arts komt zeker en vast nog uit de tijd toe de kruisbandoperatie nog met grote snede, gipsimmobilisaties en ziekenhuisverblijf verbonden was en het niet zelden het geval was dat door de kruisbandoperatie zelf de patiënten pas goed artrose kregen. Ook de millimeterprecieze inbouw van reservekruisbanden heeft in die periode lang niet zo goed gewerkt als vandaag. Dergelijke opinies hebben feitelijk geen plaats meer in de moderne kniechirurgie. Het antwoord is overigens gelijk aan het antwoord op de vraag of men een veiligheidsgordel nodig heeft om auto te rijden. Voor het auto rijden op zich natuurlijk niet. Op het ogenblik van het ongeval heeft men de gordel echter wel nodig, maar dan is het dikwijls al te laat!

Men hoort nu zoveel van de transplantatie van kraakbeencellen. Kan men daarmee artrose genezen?

De kraakbeentransplantatie is een procédé dat door de Zweedse arts Prof. Petersson in Göteborg ontwikkeld werd. Hierbij worden tijdens een kleine artroscopische ingreep kraakbeendeeltjes bij de patiënt genomen, waaruit in een speciaal labo de kraakbeencellen geïsoleerd en daarna met een speciaal procédé gereproduceerd worden. Deze gereproduceerde kraakbeencellen van de patiënt zelf worden dan in een oplossing ongeveer drie weken later naar de chirurg teruggestuurd, die dan deze oplossing in een open operatie in de uitgesneden kraakbeenbeschadiging spuit en met een opgenaaid bothuidmembraan ervoor zorgt dat de ingespoten oplossing in de op deze wijze geschapen broeikast blijft. Na een ontlastingstijd van circa twee tot drie maanden heeft deze oplossing dan een nieuw kraakbeen doen groeien dat, ook onder de microscoop, zeer veel gelijkenis vertoont met het natuurlijke gewrichtskraakbeen. Dit is een uitstekende methode voor kleinere gebreken. Helaas kan deze methode niet op alle plaatsen van het gewricht gebruikt worden, en al helemaal niet voor artrose! Dit feit is overigens meerdere keren door de ontwikkelaar van de methode benadrukt, wat de pers er echter niet aan gehinderd heeft om het procédé als hét helingsmiddel voor artrose aan te prijzen.

Kom meer te weten over Dr. Toft's nieuw boek: "Knieartrose – Daar kan men wel degelijk iets aan doen".

Mijn arts zegt dat ik een gat in mijn knie heb en hij stelt een mozaïekplastic voor. Wat is dat en lost dat mijn probleem op?

De mozaïekplastic bevat de verplanting van kraakbeenbotcilinders, die uit delen van het kniegewricht genomen worden, waarin het gewrichtskraakbeen minder dringend nodig is. Deze daar genomen kraakbeenbotcilinders worden dan in zones ingeplant waar er sprake is van beschadiging aan kraakbeen resp. ook aan botten. U kunt zich dit procédé voorstellen zoals een haarverplanting, waar uit de achterste delen van de hoofdhuid kleine stanscilinders met het bijhorende haar naar voren op de kale plaatsen verplant worden. Wanneer men meerdere cilinders gebruikt ontstaat een patroon dat gelijkenis vertoont met een mozaïek, dus hiervan wordt de naam afgeleid. Om kraakbeen- resp. botgebreken op te vullen is dit procédé zeer geschikt. Het wordt relatief dikwijls in de Alpha-Klinik voor omschreven kraakbeenbeschadigingen, vooral op de zogenaamde bovendijrollen, toegepast. Voor de behandeling van artrose is het procédé echter niet geschikt !

Ik ben 69 jaar oud en heb artrose in mijn knie. Mijn arts zegt dat het op mijn leeftijd zonder problemen mogelijk is een kunstmatige knie in te bouwen, en dat andere oplossingen geen succes bieden. Is dat waar?

Wat de leeftijd betreft klopt de uitspraak van uw arts als een bus. Internationaal geldt als zogenaamde leeftijdsgrens voor mannen het 65ste levensjaar. Dit is natuurlijk een zeer ruwe richtlijn en moet voor elk geval apart aan de bestaande richtlijnen aangepast worden. Men kan hier nooit schematisch te werk gaan. Er zijn veel patiënten, die ook in hun 70ste en deels 80ste levensjaar nog zeer actief en sportief zijn en waarvoor een endoprothese (kunstmatige knie) geen goede oplossing zou zijn. Ook in deze leeftijdsgroep, waarbij u hoort, zijn de gewrichtsconservatieve procédés, zoals ze hier in de Alpha-Klinik toegepast worden, zeer nuttig en werden ook bij patiënten tot eind jaren 80 met groot succes gebruikt. Deze procédés bevatten enerzijds de abrasie met als doel de nieuwe bedekking van de reeds vrijliggende botoppervlakken, dikwijls verbonden met een ascorrectie in overeenstemming met de omstellingsosteotomie. (bijkomende informatie: kniegewrichtartrose – daar kan men wel degelijk iets aan doen!). Deze operaties worden ook door patiënten op oude leeftijd zeer goed verwerkt en wanneer de vereiste ontlastingstijden met discipline nageleefd worden, kan men ook in deze leeftijdsgroep opnieuw aan sport doen, en zelfs zonder het gebruik van kunstmatige kniegewrichten. Omdat dit praktisch op geen andere plaats in Duitsland aangeboden wordt, is het goed mogelijk dat uw arts te weinig over deze procédés weet en u daarom de endoprothese aanbeveelt.

Kom meer te weten over Dr. Toft's nieuw boek: "Knieartrose – Daar kan men wel degelijk iets aan doen".

Ik doe actief aan sport en heb vorige winter mijn kruisband gescheurd. Mijn arts zegt dat men vanaf 45 jaar geen kruisbanden meer kan opereren. Ben ik al echt te oud voor dergelijke operatie?

Het is ons bekend dat in veel klinieken bij scheuren aan de voorste kruisband een willekeurige leeftijdsgrens van 40 jaar aangenomen wordt, en wij hebben veel patiënten met dezelfde ervaring als u. Wij kijken met betrekking tot operaties aan voorste kruisbanden nu een ervaring van 16 jaar bij circa 3500 patiënten terug. (Bijkomende informatie: Gescheurde kruisband – moet men altijd opereren?). Volgens ons bestaat er geen leeftijdsgrens. Wij hebben patiënten van meer dan 70 jaar oud met succes geopereerd, die opnieuw zijn gaan skiën of tennis spelen. Deze opvatting stamt waarschijnlijk nog uit een periode toen patiënten ouder dan 40 jaar zeer traag en inactief werden en men geloofde dat de (toenmalige) grote chirurgische inspanningen en kosten in geen enkele verhouding tot de vereiste belastingen van de patiënten stonden. Deze opvatting moest in die periode zeker en vast niet afgewezen worden, maar is vandaag zeker en vast niet meer geldig. In het American Journal of Sports Medicine werd in 1998 een werk gepubliceerd die deze „mythe" uit de weg geruimd heeft. Bij wijze van samenvatting kan men dus zeggen dat u zich, met uw 45 jaar en uw lange sportieve ervaring, absoluut aan uw voorste kruisband moet laten opereren, natuurlijk onder voorwaarde dat dit technisch perfect gebeurt.

Enkele jaren gelden heeft men bij mij wegens beschadigd kraakbeen achter de knieschijf een „Shaving“ uitgevoerd. Initieel moest ik slechts enkele dagen krukken gebruiken. In het begin ging het ook een beetje beter. Nu is het echter erger dan vroeger. Werd

U spreekt over het scheren (shaving) van een gedegenereerd (uitgerafeld) gewrichtskraakbeen. Wanneer men in dergelijke gevallen niets ondermeent dan moet men ofwel zijn lichaamsactiviteiten in aanzienlijke mate beperken, ofwel met een permanente en voortschrijdende kraakbeenslijtage en daarmee verbonden kraakbeenverlies achter de knieschijf rekenen. Uit zo’n situatie ontwikkelt zich later dikwijls een zogenaamde knieschijfartrose. Het shaving van dergelijke beschadigingen is een zeer nuttige techniek, echter alleen wanneer het procédé in kwestie correct toegepast wordt. Helaas begrijpen de meeste orthopedisten en chirurgen de shaving methode verkeerd en beschouwen het als het gladmaken van het kraakbeen. Zij proberen om het kraakbeen tijdens het shaving zo glad mogelijk te maken. Dit is de grootste fout die men hier kan begaan. Door het scheppen van een zeer glad oppervlak kan het gebrek op vezelkraakbeenvlak onmogelijk helen en is het praktisch ruw gebleven oppervlak verder blootgesteld aan de schadelijke werking van bepaalde enzymen die zich in de gewrichtsvloeistof bevinden. De degeneratie gaat dan verder en één tot twee jaar later heeft men niet alleen opnieuw dezelfde toestand bereikt, maar is de toestand zelfs aanzienlijk slechter omdat men in de tussentijd opnieuw bijkomende kraakbeenmassa verloren heeft. Dan is er nog een andere groep van chirurgen die zich eveneens terzake vergissen en die, overvoorzichtig als ze zijn, te weinig wegscheren en geloven dat ze zo dan ook niet veel verkeerd kunnen doen. Dit is eveneens een misvatting. De te lang gelaten rafels staan het bloedweefsel niet toe zich in voldoende mate op de ondergrond vast te zetten om zo een laag vezelkraakbeen te laten groeien. Maar zelfs wanneer men ervan uitgaat dat shaving bij u technisch gezien correct uitgevoerd werd, was het in elk geval verkeerd u slechts enkele dagen te laten ontlasten. De snelle nieuwe belasting heeft het de op het gescheerde oppervlak liggende bloedkoeken niet toegestaan zich in een laag vezelkraakbeen om te zetten, en werd gewoon in een voortijdig door de persdruk beschadigd. Zoveel over de vraag of er iets verkeerd gedaan werd. Wanneer u nog altijd klachten hebt dan moet dezelfde procedure, echter rekening houdend met de hier genoemde factoren, herhaald worden. Daarna moet u met een ontlastingstijd van ongeveer acht weken rekenen. Op deze wijze zal men de heling van deze schade kunnen bereiken. Mogelijkerwijs zal bijkomend een drukontlasting van de knieschijf (lateral release) nodig zijn. (Bijkomende informatie: Knieschijfproblemen – wanneer de drijfriem niet correct zit). Of dit nodig is of niet kan dikwijls pas tijdens de interventie zelf beslist worden wanneer het kniegewricht onder artroscopisch zicht bewogen en de loop van de knieschijf rechtstreeks geobserveerd wordt.

Mijn arts zegt dat kraakbeen niet kan bijgroeien. Nu lees ik bij u dat door de abrasie nieuw kraakbeen groeit. Wat is nu waar?

De uitspraak van uw arts dan kraakbeen niet bijgroeit is in principe juist. Daaruit echter de slotsom trekken dat kraakbeen ook niet kan helen, is verkeerd! Zoals een huidwonde evenmin met het originele huidweefsel heelt (daar ontstaat namelijk een litteken die men het hele leven lang zal zien!) geneest ook kraakbeenweefsel niet met het originele weefsel (hyaline kraakbeen), maar met een vervangend weefsel (vezelkraakbeen). Deze eigenschap van de genezing van kraakbeen, die wegens de gebruikte uitdrukking naar minderwaardigheid ruikt, is echter uitermate heilvol. Met deze zogenaamde vezelachtige afdekkingreactie is het namelijk mogelijk de gaten in het gewrichtskraakbeen opnieuw te sluiten, zelfs wanneer deze gaten tot op het bot zouden gaan. Na het einde van de vorming van het reservekraakbeen, dus ongeveer na acht weken, is de kraakbeenbeschadiging dan praktisch verzegeld (gladgemaakt), waarbij gezegd moet worden dat het nieuw gevormde weefsel ook niet opnieuw weggewreven of op andere manier zal verslijten. De uitrichting van de zogenaamde collageen vezels in dit weefsel gaat parallel met het oppervlak van het gewricht, zodat hier geen nieuwe slijtage kan ontstaan, zoals bij het gedegenereerde originele gewrichtskraakbeen het geval is. Dit weefsel is weliswaar ondergeschikt aan het onbeschadigde originele kraakbeen, maar is kwalitatief veel beter dan het kraakbeen dat al tot de tweede of derde graad gedegenereerd is.

Kom meer te weten over Dr. Toft's nieuw boek: "Knieartrose – Daar kan men wel degelijk iets aan doen".

Mijn knieschijf staat scheef en ik heb pijn op trappen. Een orthopedist wou mij een snede in het kapsel maken, wat door mijn eigen orthopedist afgeraden werd. Wie heeft nu gelijk?

De scheve positie van de knieschijf vertoont gelijkenis met de X- of O-benen. Afwijkingen van de normale drukverdeling tussen gewrichten kunnen, vooral wanneer daar later nog bijkomende ongevallen bijkomen, tot een vroegtijdig optreden van artrose in dit deel van het gewricht leiden. Indien er enkel sprake is van een scheve positie van de knieschijf, het kraakbeen van het gewricht echter nog niet beschadigd is, dan zou een splijting van het kapsel (lateral release) naast de knieschijf tijdens een profylactische (preventieve) operatie raadzaam zijn (bijkomende informatie: Knieschijfproblemen – wanneer de drijfriem niet correct zit). Indien de scheve positie zich aan de rechterkant bevindt kan het ook nuttig zijn de knieschijf recht te zetten, ook wanneer er nog geen beschadiging van het kraakbeen opgetreden is. Het is zeker geen goede strategie om eerst op het openbreken en daarna de optredende slijtage van het gewrichtskraakbeen te wachten vooraleer iets te ondernemen. Indien bij u, naast de scheven positie van de knieschijf, echter al duidelijke gewrichtsgeluiden waarneembaar zijn, dan moet men van een gelijktijdige beschadiging van het kraakbeen uitgaan, wat dan niet met de splijting van het kapsel, maar ook met een behandeling van het kraakbeen, bijvoorbeeld door shaving, behandeld moet worden. Bij de behandeling van het kraakbeen is het belangrijk dat de behandelende chirurg met de principes van de artrosechirurgie en de kraakbeengenezing vertrouwd is, en niet alleen de juiste operatietechniek toepast, maar u ook de correcte aanwijzingen voor de fase na de operatie geeft. Natuurlijk is de patiënt eerder geneigd een arts te geloven die een operatieve ingreep afraadt. Het ziet echter eerder uit dat de orthopedist, die u deze behandeling voorgesteld heeft, gelijk heeft.

Staan de Amerikanen werkelijk verder in de geneeskunde?

Het staat vast dat het grootste deel van de nieuwe evoluties in de geneeskunde, ook en vooral in de kniechirurgie in de laatste 30 tot 40 jaar grotendeels uit Amerika kwamen. De Amerikanen hebben in de geneeskunde een veel minder hiërarchisch opgezet systeem, wat jonge, innovatieve en dynamische artsen aanzienlijk meer speelruimte geeft als de artsen in Europa, maar vooral in Duitsland. Van de voorwaarden hier en ook van de resultaten tot op heden, ten minste met betrekking tot de internationale statistieken, moet men hier dus wel degelijk toegeven dat de Amerikanen verder staan op het vlak van de geneeskunde. Dit is ook de reden waarom wij hier in de Alpha- Klinik nauw in contact staan met onze Amerikaanse collega's en diens congressen ook regelmatig bezoeken, daar ook zelf lezingen houden en ook constant de internationale literatuur, die overigens eveneens door de Amerikanen beheerst wordt, nauwgezet volgen. Deze uitspraak verandert echter niets aan het feit dat in bepaalde segmenten, bijvoorbeeld ook in de kniechirurgie, het hiaat in kwestie door ons zeker en vast gesloten werd. Ja, hier in de Alpha-Klinik worden procédés aangeboden die men ook in Amerika slechts op zeer weinig plaatsen kan krijgen, zoals bijvoorbeeld in de abrasie artroplastic met het doel van de bioprothese. Het concept werd weliswaar door Prof. Lenny Johnson, Lancing, Michigan, in de jaren 70 en begin jaren 80 ontwikkeld, echt verspreid werd het procédé echter niet in Amerika. De voor het procédé helaas noodzakelijke lange ontlastingstijden vond in het een beetje hectische en snellevende Amerika weinig weerklank, en zo heeft een op zich heilvolle methode veel moeite om zich de plaats te veroveren waarop het feitelijk recht heeft. Vooral bij de bioprothese hebben wij dankzij een veel nauwer sociaal netwerk in Duitsland natuurlijk voor de patiënten ook duidelijk betere voorwaarden, en ontlastingstijden van twee tot drie maanden zijn in Duitsland heel normaal en ook binnen de perken van het mogelijke verenigbaar met de arbeidswereld. Bij wijze van samenvatting kan men zeggen dat er in Amerika zeker en vast veel topgeneesheren zijn, maar dat de topgeneesheren in Duitsland zeker niet minderwaardig zijn ten opzichte van de Amerikanen. Helaas is het aantal echte topgeneesheren in Duitsland in vergelijking zeer klein.

Mijn vrienden zeggen dat een normale mens zich de Alpha-Klinik financieel gezien niet kan veroorloven. Wat is uw mening terzake?

Eerst een kleine statistiek: meer dan één derde van onze patiënten zijn heel normale ziekenfondspatiënten die bij ons een behandeling volgen, hoewel hun wettelijk ziekenfonds hen in veel gevallen niets terugbetaalt. Voor de privé-patiënten is de behandeling hier bij ons sowieso geen probleem omdat de kosten door de privé ziekenfondsen, afgezien van enkele uitzonderingen, volledig overgenomen worden. Onze prijzen liggen zowel voor de kliniek als voor de artsenhonoraria niet hoger dan bij andere klinieken en de naam "verschrikkelijk duur" hebben wij zeker en vast ten onrechte. Wanneer u een bijzonder probleem hebt en ook al weet wat bij u geopereerd zou moeten worden, dan kunt u zonder problemen meer informatie bij onze administratie krijgen en u zult dan aan de u toegestuurde kostenramingen zelfs zien dat deze absoluut binnen de courante perken liggen.

Ik moet aan mijn knie geopereerd worden. Nu heb ik meer angst voor de narcose dan voor de operatie zelf. Zijn er complicaties bij de narcose bekend?

Complicaties bij de narcose ontstaan meestal hetzij door onvoldoende internistische vooronderzoeken waar risicofactoren over het hoofd gezien worden, hetzij door onoplettend, nalatig, zelfs slonzig werk tijdens de narcose zelf. Met betrekking tot het vooronderzoek kunnen wij u verzekeren dat in de Alpha-Klinik niemand zonder een grondig vooronderzoek door onze internisten op de operatietafel komt, en voor de operatie vindt nog een zeer uitvoerig gesprek met onze anesthesist plaats. Onze anesthesisten werken al zeer veel jaren met ons samen en zijn ervaren specialisten die ook lang in de intensieve geneeskunde in universiteiten, en zelfs in hartcentra gewerkt hebben, en die uitstekend voorbereid zijn op eventuele complicaties. Dikwijls worden deze complicaties helaas ook veroorzaakt door het feit dat heel jonge en nog in opleiding zijnde artsen met de narcose belast worden. Deze artsen zijn dan, in geval van complicaties, niet tegen hun taak bestand. Indien u zich ergens wilt laten opereren dan is uw vraag naar de frequentie van complicaties tijdens de narcose helemaal op zijn plaats. Hier in de Alpha-Klinik hebben wij bij rond 20.000 narcosen tot op heden geen enkel overlijden en nog een enkele complicatie met eender welke permanente schade meegemaakt.

Een van mijn vrienden kreeg na een operatie aan de knie een infectie. De knie is nu tamelijk stijf, doet pijn en hij heeft artrose. Hoe dikwijls gebeurt zoiets?

In 1997 maakte het nieuwsmagazine Focus bekend dat volgens officiële cijfers de infectiefrequentie in Duitse ziekenhuizen 3% bedraagt. In de internationale literatuur worden voor orthopedische interventies infectiepercentages van 2% genoemd, en voor artroscopische infecties 1%. Hier in de Alpha-Klinik hebben wij een infectiepercentage van 0,05%. Dit percentage ligt 20 keer onder het internationale gemiddelde voor artroscopische operaties. Bij een exacte uitvoering van de operatie, de toepassing van de meest recente technologie en een zeer nauwgezette nazorg zou een gewrichtsinfectie absoluut zelden moeten zijn. Helaas zien wij bij naoperaties van patiënten steeds opnieuw, zelfs na eenvoudige meniscusoperaties, zelfs af en toe na diagnostieke artroscopieën, kniegewrichtinfecties met deels catastrofale gevolgen. Dit zou feitelijk nooit mogen gebeuren. Helaas bestaat er in Duitsland geen meldingsplicht, zodat men, anders dan in Amerika, geen informatie over de infectiepercentages bij de Kamer voor Geneesheren kan aanvragen. Dit is zeker en vast een hiaat dat feitelijk niet zou mogen bestaan.

Ik had in Oostenrijk een ongeval tijdens het skiën en werd onmiddellijk ter plaatse geopereerd. Men zei daar dat dit beter was. Nu, zes maanden later, kan ik mijn knie niet strekken en slechts 90% buigen. Dat kan toch niet normaal zijn?

Volgens internationale statistieken en gegevens die nu sinds ongeveer vijf tot zes jaar bekend zijn, is het risico voor een littekenvorming in het gewricht na een vroege kruisbandoperatie (artrofibrose) 5 keer hoger dan indien men ongeveer vier tot vijf weken met de operatie wacht. Deze wachttijd is nu in de goede kniecenters in Amerika eigenlijk standaard. Men heeft daarmee het risico voor artrofibrose aanzienlijk kunnen verminderen. Antrofibrose is helaas een ziekte, die niet door een beperkte beweeglijkheid gekenmerkt is, maar ook door een verregaande verandering van de slijmhuid van het gewricht in bindweefselmembranen.
Deze bindweefselmembranen zijn echter niet in staat om de noodzakelijke hoeveelheid smeervocht voor het gewricht aan te maken en dergelijke gewrichten lopen bijna altijd te „droog“, wat tot een vervroegde artrose kan leiden. Zelfs wanneer het door een nieuwe artroscopische interventie lukt om ondanks de littekens in het gewricht de volledige strekking en volledige buiging opnieuw te bereiken dan heeft dergelijk gewricht op lange termijn een slag gekregen en zal nooit meer zijn vroeger rendement halen. Wij weten natuurlijk niet waarom men u deze onmiddellijke operatie aangeraden heeft, maar ter vermijding van kraakbeenbeschadiging mag men in geen geval proberen met zogenaamde narcosemobilisaties de beweging opnieuw tot stand te brengen, maar men moet het gewricht eerder zacht, met andere woorden artroscopisch, vrijmaken. Na dergelijke ingreep, artrolyse genoemd, heeft u dan nog eens vijf tot zes maanden nodig voordat de nieuw verkregen bewegingscapaciteit behouden blijft, ook wanneer u met de voor de ziekte voorziene oefeningen ophoudt.

Heeft u een tip om de juiste arts te vinden?

U weet zeker en vast dat er in Duitsland een reclameverbod voor artsen, en zelfs voor helende beroepen in het algemeen bestaat. Dit reclameverbod had in vroegere tijden, toen de bevolking tegen charlatans beschermd moest worden, zonder twijfel reden van bestaan. Ondertussen is dit reclameverbod echter vergaan tot een informatieblokkering voor de patiënt, zodat de patiënt vandaag de dag bij zijn zoektocht naar de "juiste arts" er tamelijk alleen voorstaat. Het beste is nog altijd informatie in te winnen binnen uw vrienden- en bekendenkring voor soortgelijke problemen die met succes behandeld werden. Anders dan in Amerika bestaat in Duitsland nog altijd een bepaalde drempelvrees bij de patiënten om hun arts naar telefoonnummers resp. adressen van reeds met succes geopereerde patiënten te vragen. In dergelijk geval zou men geen enkel probleem moeten hebben om uw arts te vragen om zo'n telefoonlijst van patiënten te geven die men dan een voor een kan opbellen en interviewen. Wanneer u deze inlichtingen zonder problemen van uw arts krijgt kunt u hem ook wel vertrouwen. Vooral wanneer u dan ook nog positieve informatie van de betrokken patiënten krijgt.

Van sportlui leest men altijd dat zij na een operatie zeer snel opnieuw fit zijn. Wanneer genezen zij zoveel sneller?

Eerst en vooral moet de mythe ongedaan gemaakt worden die zegt dat lichamen van sportlui sneller helen dan normale lichamen. Wat bij sportlui zeker en vast aanwezig is, is een aanzienlijk grotere motivatie om zo snel mogelijk weer fit te worden, omdat bij velen zeer veel geld met de snelle herstelling verbonden is. Teveel enthousiasme, zowel bij de chirurg als bij de sportlui, dikwijls natuurlijk ook door trainers en voorzitters van clubs gedreven, heeft echter soms ook zijn prijs. U zult zich zeker en vast nog wel de Franse international Papin herinneren, die vroeger bij Bayern München speelde en die na een eenvoudige meniscusoperatie ondanks de grootste inspanningen nooit opnieuw fit werd. Oorzaak hiervoor was kraakbeenbeschadiging die in het streven om de sportman zo snel mogelijk opnieuw op het veld te krijgen niet behandeld werd en die het rendement van het gewricht beperkte. Helaas heeft men toen pas zeer laat de oorzaak van het euvel herkend en pas na een bijkomende operatie van de speler in Marseille, waar de kraakbeenbeschadiging behandeld werd, genas de knie en was Papin weer in staat om te voetballen. Ook bij de kruisbanden kan men natuurlijk geen wonderen verwachten. U herinnert zich zeker en vast nog de kruisbandoperaties van Lothar Matthäus. Dan weet u dat het ongeveer een half jaar duurde tot Matthäus weer op het speelveld ingezet kon worden. Deze biologische in- en ombouwmethodes van getransplanteerde weefsels kunnen evenmin versneld worden. Veel van wat over een snelle genezing van sportlui gezegd wordt is mythe, en dikwijls dient deze opvatting als drukkingmiddel ten opzichte van de behandelende geneesheer om een vroegere vrijgave van de atleet te krijgen. Wat zeker en vast juist is en wat in het begin ook al gezegd werd, is de aanzienlijk grotere motivatie tijdens de heropbouwtraining. De rehabilitatietijden zijn bij topsporters duidelijk korter dan bij normale patiënten, wat bij de trainingstoestand van de atleten ook zeer begrijpelijk is en bewezen kan worden.
Kom meer te weten over Dr. Toft's nieuw boek: "Knieartrose – Daar kan men wel degelijk iets aan doen".

Men spreekt altijd van een eenvoudige meniscusoperatie. Mijn vriend en ook sommige bekenden van mij hadden na zo'n eenvoudige meniscusoperatie aanzienlijke problemen. Hoe is dat mogelijk?

Helaas is de opvatting dat de artroscopische meniscusoperatie eenvoudig is, in de grond foutief, maar ondanks alles zeer ver verspreid. De zuivere bewerking van een meniscusbeschadiging, die ongelukkigerwijs meestal in de achterste delen van het gewricht te vinden is, vereist een zeer ervaren specialist, veel tact en ook een hele reeks kleine trucs tijdens de operatie zelf om het doel van de sanering van het meniscusprobleem – zonder veldschade (bv. kraakbeenbeschadiging) te bereiken. De aanzienlijk hoger in aanzien staande voorste kruisbandoperatie is bij wijze van vergelijking technisch veel eenvoudiger. Zelfs de inbouw van een kunstmatig kniegewricht, iets wat de leek zeker en vast nauwelijks kan begrijpen, is bij wijze van vergelijking de op technisch vlak eenvoudigere operatie. De door u aangehaalde problemen na zogenaamde eenvoudige meniscusoperaties zijn voornamelijk te wijten aan twee belangrijke hoofdoorzaken. Het ene probleem bestaat erin dat omwille van een slechter zicht en slechtere weergaveverhoudingen het meniscusprobleem niet volledig opgelost werd, en dat nog grote delen afgescheurd meniscusweefsel achterbleven, die dan soortgelijke symptomen veroorzaken zoals de oorspronkelijke toestand. In zo'n gevallen moet een naoperatie gebeuren waarmee het meniscusprobleem dan zo te zeggen volledig opgelost wordt. Wanneer bij de eerste operatie geen kraakbeenbeschadigingen ontdekt worden zal zo'n gewricht ook weer volledig gebruikt kunnen worden. Helaas is er een tweede groep van patiënten waarbij zo te zeggen met geweld geprobeerd werd het probleem in de achterste delen van de menisci operatietechnisch op te lossen, echter met opoffering van het interne gewrichtskraakbeen. Dergelijke veldschade, die bij de poging ontstaat om het meniscusprobleem kost wat kost te willen oplossen kan dikwijls de ingangspoort voor een latere artrose zijn. Wanneer men beide problemen met elkaar vergelijkt dan is het zeker en vast beter wanneer een chirurg een meniscusprobleem niet volledig kan oplossen, maar geen schade aan het kraakbeen berokkent. Het resterende meniscusprobleem op te lossen is voor de specialist eenvoudig, aangezien men kraakbeenbeschadigingen in elk geval met vezelkraakbeen kan repareren, maar natuurlijk niet ongedaan kan worden. Er moet hier dus absoluut gewaarschuwd worden om met een gescheurde meniscus naar de eerste de beste chirurg te gaan en te geloven dat bijna iedereen dit probleem kan oplossen.

Mijn arts wil mij wegens mijn knieartrose kraakbeenopbouwinjecties geven. Kunnen die helpen?

Onder de meest recente preparaten, die in het algemeen als kraakbeenopbouwinjecties omschreven worden, moeten vooral preparaten genoemd worden die als basissubstantie hyaloronzuur bevatten. Hyaloronzuur is een bestanddeel van het hyaline gewrichtskraakbeen, en bevindt zich in de zogenaamde basissubstantie van het kraakbeen en is verantwoordelijk voor het glazige aspect van deze basissubstantie. Bij de behandeling van heel oppervlakkige kraakbeenverruwingen hebben dergelijke injectiekuren hun waarde wel degelijk bewezen. Courante middelen hierbij zijn bijvoorbeeld Hyalart, waarvan in de regel vijf injecties in wekelijkse intervallen gegeven worden, en Synvisc, waarvan drie injecties in wekelijkse intervallen volstaan. Indien er al sprake is van een volgroeide artrose dan kunnen dergelijke injectiebehandelingen alleen nog de pijn verzachten. Een kraakbeenopbouwende werking in de feitelijke zin van het woord hebben deze injecties sowieso niet! Wanneer het onderzoek van het gewricht en ook de kerspintomografie geen grotere schade aan menisci of kraakbeenoppervlakken laten herkennen, kan men bij kleine gewrichtsinprecisies zonder meer dergelijke injectiekuren proberen. Belangrijk hierbij is natuurlijk dat de injectie onder absoluut steriele voorwaarden gebeurt, want een infectie die hierdoor veroorzaakt wordt zou een absolute catastrofe voor het gewricht betekenen. Daarom moet absoluut gewaarschuwd worden voor het onkritische gebruik van dergelijke injectiekuren.

Kom meer te weten over Dr. Toft's nieuw boek: "Knieartrose – Daar kan men wel degelijk iets aan doen".

Mijn moeder heeft een zware knieartrose. De arts raadt haar wegens haar hoge leeftijd een operatie af. De orthopedist heeft PST aanbevolen. Wat is dat en kan dat helpen?

PST staat voor pulserende signaaltherapie. Het gaat hier om het genereren van elektromagnetische pulserende velden waarvan aangenomen wordt dat zij de celstofwissel en daarmee ook bepaalde genezingen stimuleren. Er zijn zeker en vast empirische aanwijzingen voor de doeltreffendheid van deze therapie, vooral op het vlak van het pijnverzachtende effect. Indien uw moeder wegens haar hoge leeftijd of ook wegens begeleidende internistische problemen niet voor een operatie geschikt is, dan kan zo'n PST-behandeling zeer nuttig zijn. Onafhankelijk van dit alles zou ik echter de geschiktheid voor een operatie nog eens door een andere arts laten beoordelen. Mogelijkerwijs kan door een kleine bijkomende therapie, vanuit internistisch perspectief, de geschiktheid voor een operatie binnen relatief korte tijd tot stand gebracht worden en misschien kan men dan met de inbouw van een zogenaamde eindprothese nog veel doeltreffender helpen dan dat dit met de PST-behandeling mogelijk zou zijn.


Bijkomende informatie: Beter dan zijn roep – Het artificiële kniegewricht..

Ervaar meer over het nieuwe boek van Dr. Toft: "Knieartrose – Daar kan men wel degelijk iets aan doen".

© 2001-2008 Alpha-Klinik GmbH.    Impressum